As seen in salt magazine. by ard krikke

op safari in de abruzzen:
in het spoor van de wolf
(dutch only)

Het wemelt in Europa van de onbekende wildernissen. Neem de Abruzzen; een machtig mooi berggebied op nog geen twee uur rijden van Rome.

Met een beetje mazzel spot je hier behalve wolven ook sneeuwwitte honden met berenkoppen. Andiamo!

 

 

 

Grote boze wolf

Wolven. Ze bezorgen de meeste mensen automatisch koude rillingen. Gevoed door spannende sprookjes van onder meer de gebroeders Grimm worden wolven in de westerse wereld al eeuwenlang als bloeddorstige beesten gezien. Grote boze bruten die lieve grootmoeders opeten en huizen van onschuldige biggetjes omver blazen. Ook de aan de bijbel ontleende uitdrukking 'een wolf in schaapskleren' heeft de reputatie van het roofdier geen goed gedaan. Een wolf, met zijn bezwerende ogen en zijn huiveringwekkende gehuil, werd door de kerk steevast afgeschilderd als metgezel van de duivel. In de Abruzzen (of Abruzzo op zijn Italiaans) weten ze wel beter. "De wolf is van nature mensenschuw en doodt alleen dieren om zelf in leven te blijven", zegt Valeria in een met Italiaans accent doorspekt Engels. "Voor zover ik weet zijn hier de laatste paar honderd jaar geen mensen door wolven aangevallen, laat staan opgegeten." 

 

Er ligt een schedel op het pad. De tanden steken als een rij afgekloven potloodstompjes uit de kaak. Naarmate ik dichterbij kom zie ik ook verschillende aangevreten botten. Een luguber tafereel. “Een paard” oordeelt gids Valeria Roselli (38) van het Italiaanse Wildlife Aventures."Paarden worden in deze streek als natuurlijke grasmaaiers gebruikt. Ze houden de lager gelegen berghellingen kaal. Dit exemplaar is vermoedelijk door een roedel wolven over de bergwand gejaagd en vervolgens opgepeuzeld. Bruine beren hebben zich waarschijnlijk over de restjes ontfermt", zegt ze nonchalant. Terloops: "Botte pech dus. Het is hier eten of gegeten worden." Hier, dat is het Parco Nazionale d'Abruzzo Lazio e Molise, een van de oudste nationale parken (1923) van Italië. Het is een zonovergoten winterdag in maart en ik bevind me op een steenworp afstand van Pescasseroli, een authentiek bergoord op zo'n twee uur rijden ten noorden van Rome. Het filmachtige stadje in het hart van de Apennijnen - een langgerekte bergketen die zich over bijna het gehele schiereiland uitstrekt - geldt 's winters als dé perfecte uitvalsbasis om op wolvensafari te gaan, In de hoop een glimp van de wolf op te vangen trek ik de komende paar dagen in het spoor van Valeria diep de besneeuwde bergen in. Gewapend met een serieuze verrekijker en een rugzak vol warme kleren gaan we op pad. Het einddoel is Rifugio Terraegna, een tot berghut omgebouwd herdershuisje op 1800 meter hoogte. 

 

 

 

 

Andersom geldt, of beter gezegd gold, dit helaas niet. Ruim veertig jaar geleden werd de Apennijnse wolf, een ondersoort van de Europese grijze wolf, nog met uitsterven bedreigd. Door bloeddorstige jagers had de populatie bijna het loodje gelegd. Pas toen de jacht op de wolf in 1976 werd verboden, kreeg de harige viervoeter kans om weer overeind te krabbelen. Inmiddels scharrelen er zo'n 80 wolven (7 à 9 roedels) in het 500 vierkante kilometer grote Abruzzopark rond. Dus zijn schapenherders en boeren weer op hun hoede voor aanval- len op hun kuddes. 

Zo ook Claudio Di Domenico (43), een boer die in de buurt van Pescasseroli zijn veebedrijf bestiert. "Ik heb tachtig koeien en honderd schapen. Beide kuddes gaan over een paar maanden gewoon weer de weide in. Mijn koeien, Pezatta Rossa's uit het Aostadal, weten hoe ze een aanval van wolven moeten afweren: bij dreigend gevaar vormen ze een cirkel en trappen ze met hun achterpoten naar alles wat beweegt. Heel effectief", grijnst Claudio zijn gele tanden bloot. Zijn schapen zijn een stuk weerlozer. Deze laat hij daarom bewaken door een zestal grote Mastino Abruzzese-honden, een oeroud ras dat het midden houdt tussen een spierwitte ijsbeer en een golden retriever. Een ijzeren halsband met vervaarlijke uitziende punten moet de uit de kluiten gewassen schapenhonden beschermen tegen wolvenbeten. Hoewel de witte bewakers uiterst effectief zijn, kunnen ze niet altijd voorkomen dat er dieren worden gedood. Zo namen hongerige wolven vorig jaar zes van Claudio's schapen te grazen. "Voor ieder gedood schaap ontvang ik een schadevergoeding van zo'n 270 euro. Ik ben hier tevreden mee. Bovendien ben ik niet boos op de wolf. Hij hoort hier gewoon thuis. Zijn aanwezigheid houdt het natuurlijke evenwicht in stand. Dat respecteer ik. Boos ben ik eerder op de herten die hier ooit zijn uitgezet en nu de boel kaalvreten.

 

“En dan stijgt vanauit net niets een huiveringswekkend geluid op: wolvengehuil”

 

Spoorzoeken 

Ondertussen heb ik een setje sneeuwschoenen onder mijn ut stevige wandelstappers gebonden. Gras, bladeren en modderplassen hebben plaatsgemaakt voor een verende laag sneeuw Gestaag banen we ons op 'berenklauwen' een weg door dennenbossen omhoog. Krushh! - krushh! - krushh! Behalve het plezierig krakende sneeuwdek hoor ik niets. Nou ja, "vrijwel' niets; Valeria houdt regelmatig stil om harige wolvenkeutels te inspecteren ("Wolven eten hun prooi met huid en haar op"), sporen in de sneeuw aan te wijzen ("Vossen zigzaggen, wolven gaan recht op hun doel af") of stammen van bomen te bestuderen ("Wilde dieren gebruiken bomen als verkeersborden"). Daarnaast stopt ze regelmatig om door haar verrekijker te turen. Ondanks de aanwezigheid van onder andere wolven, edelherten, vossen, wilde zwijnen, gemzen, lynxen en bruine beren is het nog niet eenvoudig om wildlife in het beschermde natuurgebied te spotten. Op een paar herten en een rode vos na is het verraderlijk rustig in de bergen. "Tijdens een safari zie ik gemiddeld eens in de drie dagen een wolf", vertelt Valeria. "Soms kom ik ze om de haverklap tegen en soms laten ze zich dagenlang niet zien. Daarnaast moet het geluk ook een beetje mee zitten. Zo was ik een maand geleden met een groep safarigangers in de Rifugio Terraegna aan het eten toen plotseling een roedel wolven in het open veld voor de hut opdook. Door het raam zagen we ze op hun dooie akkertje voorbij sjokken. Een fantastisch gezicht." Ze wil maar duidelijk maken: in de Abruzzen lopen dieren niet in een polonaise langs klikkende camera's. Dit in tegenstelling tot een safari in Afrika, waar je bijna struikelt over grote beesten. "Wolven zijn schuw. Je zult dus echt je best moeten doen om ze te zien. Als je zeker weet dat je wolven - of een van de zestig Marsicaanse bruine beren - zult spotten, dan is de opwinding lang niet zo groot. Hun aanwezigheid voelen is voor mij spannender dan ze zien." 

Om haar woorden kracht bij te zetten, laat Valeria 's avonds - in de warme berghut - een filmpje van een cameraval (een camera die aanfloept als er iets voor de lens beweegt) op haar telefoon zien. Wolven, herten, vossen, wilde zwijnen, beren, dassen: stuk voor stuk laten ze al schurend, snuffelend, poepend en pissend hun sporen op de boom (waaraan de camera is bevestigd) achter. Het is alsof ze willen zeg- gen: wij zien jullie wel, maar jullie zien ons niet. Lekker puh. Buiten is het inmiddels nacht. De Melkweg fonkelt als een discobal aan de inktzwarte hemel. Ik kruip vroeg onder de wol en ben al na een paar springende schaapjes de tel kwijt. 

 

Filmdecor 

De volgende morgen gaan we bij het krieken van de dag op pad. Het vriest stevig maar omdat we eerst een flink stuk door de sneeuw omhoog ploeteren, rits ik al na een paar minuten mijn jas wagenwijd open. In een kromgegroeid berkenbos op 1900 meter hoogte houdt Valeria halt. "Behalve wegwijzers zijn deze eeuwenoude berken ook van levensbelang voor de waterhuishouding van het park. Ze slurpen heel veel water op waardoor er na een stortbui geen vruchtbare bosgrond de berghellingen afspoelt. Ook houden ze sneeuw lang vast. Dit voorkomt in het voorjaar zogenaamde flash floods: razendsnelle overstromingen naar lager gelegen gebieden, waaronder meren, rivieren en waterbekkens", doceert de bevlogen natuurgids. "Tenslotte zijn bomen belangrijke bio-indicatoren. Zo groeit baardmos alleen aan takken als de lucht brandschoon is. En zijn bladetende sneeuwvlooien een goede graadmeter van een gezonde bosgrond. Bomen zijn de bewakers van de bergen. Daarom moeten we zuinig op ze zijn." 

 

 

 

 

Aangekomen op de hoogvlakte is het uitzicht verbluffend mooi. De zon verspreid een warme gloed over het landschap. Zover het oog reikt zie ik hoge bergen met gepolijste poeder suikerpieken. In de dalen liggen schilderachtige dorpjes. Niet verwonderlijk dat talloze films, waaronder 'They call me Trinity' (1970), 'The name of the rose' (1986) en 'The American' (2010), in Abruzzo zijn opgenomen. Filmsterren staan hier echter in de schaduw van de prachtige natuur. Zelfs met je ogen dicht schiet je in dit decor nog plaatjes die het thuisfront laten knarsetanden van jaloezie. Van wolven ontbreekt ieder spoor.  Wederom hangt hun aanwezigheid als laaghangende mist in het landschap: ongrijpbaar en vluchtig. De dieren gaan volkomen op in het onherbergzame gebied. De afdaling verloopt een stuk vlotter dan de klim van gisteren. Halverwege de helling gaan de jassen uit en worden de grijpgrage sneeuwschoenen achterop de rugzak gebonden. Al glibberend en glijdend zakken we af naar het dal, waar de eerste voorjaarsbloemen al uit de grond schieten.

Huiveringwekkend gehuil

De volgende dag doen we nog een laatste poging om wolven te spotten. In de namiddag trekken we net buiten Pescasseroli het achterland in. De met rotsblokken bezaaide weilanden staan vol met half wilde paarden. Met hun klingelende bellen heten ze ons welkom. De gemoedelijke grazers laten zich makkelijk fotograferen. Na 1,5 uur lopen staan we op een smalle richel. Tegenover ons rijst een bergwand als een uit steen gehouwen vloedgolf omhoog. "Dit is een plek waar wolven zich tijdens het vallen van de avond vaak verzamelen", me zegt Valeria op fluistertoon. Terwijl ik door mijn verrekijker tuur, tovert de Italiaanse een warmtecamera uit haar tas. Als een scherpschutter speurt ze de steeds donker wordende omgeving af. Al vrij snel klinkt een gesmoorde kreet vanachter haar shawl. "Wolven." Na wat gedraai aan de lens blijken de zwart oplichtende stippen grazende herten te zijn. Te vroeg gejuicht.

De stilte valt als een zware deken over de uitgestorven vallei. Maanlicht geeft het struikgewas een vaalgele glans. Hoe stiller het wordt, hoe meer er te horen valt. Een snel stromende bergbeek. Een fladderende roofvogel. Een blaffende boerderijhond. Verre geluiden lijken plotseling heel dichtbij. En dan stijgt vanuit het niets een huiveringwekkend geluid op. Hoewel ik het nog nooit eerder heb gehoord, weet ik instinctief wat het is: wolvengehuil. Het heeft wel wat weg van hondengejank, maar dan hoger en indringender. Mijn oerinstinct maant me om weg te rennen. Kippenvel verspreidt zich via mijn armen over de rest van mijn lichaam. Valeria stelt me gerust. "Wolven huilen om met elkaar over langere afstanden in jou geïnteresseerd." Langzaam sterft het geluid weer weg Zwijgend staar ik voor me uit, een beetje beschaamd omdat ik toch even bang was voor de grote boze wolf. te communiceren. Het is geen aanvalslied. Ze zijn totaal niet in jou geïnteresseerd.” Langzaam sterft het geluid weer weg. Zwijgend saar ik voor me uit, een beetje beschaamd omdat ik toch even bang was voor de grote boze wolf. 

 

Article featured in the Winter issue of Salt Magazine. By Ard Krikke.

Click here to buy the Winter issue of Salt Magazine or download the article pdf here.

Experience Wolf Tracking in the appenines with esc