As seen in Trouw. By Maarten Van de Schaaf

Op zoek naar bizons in de Romeense Karpaten
(Dutch only)

Ooit zwierven er wilde bizons door heel Europa, nu wordt het grootste landzoogdier van het continent met uitsterven bedreigd. Om dat te voorkomen, worden er weer bizons uitgezet in de ruige Roemeense Karpaten. Op pad met ranger Matei Miculescu.

Het is nog donker als ik een steile berghelling op loop. Mijn hoofdlamp werpt een klein strookje licht op het pad dat door het bos zigzagt. Het miezert. Mijn hoofd is nog slaperig, maar het bos is al ruimschoots wakker. Een frisse geur hangt tussen de bomen, stijgt op uit de modderige aarde en stroomt zo mijn neusgaten binnen. Vogels tsjirpen luidkeels. Matei, de gids, loopt voor me. Ik volg zijn trage, maar constante pas. Hij is geboren in Armenis, een dorp aan de voet van deze beboste bergen. Tijdens zijn jeugd bracht hij lange zomers door in dit gebied. Geen mens kent de omgeving beter dan hij. Liefst gaat hij hier nooit meer weg. Maar hoe kom je, als slimme, jonge vent met een economiediploma, in vredesnaam aan de bak op het Roemeense platteland?

 

Cruciaal voor het ecosysteem

Dus loopt hij op deze vroege oktoberochtend met een groep toeristen door het bos, op zoek naar de bizon. Zijn instructies aan ons zijn duidelijk: wees zo stil mogelijk, loop langzaam en geef je ogen en oren de kost. Bij een open plek waar jonge, dunne berkebomen horizontaal over het pad hangen, houdt hij stil. “Een teken van bizons”, fluistert hij. “Bizons vinden de stam van jonge bomen heerlijk. Ze duwen de boompjes met hun zware lijf omver, zodat ze ook dat deel van de bast kunnen eten waar ze anders niet bij kunnen.”

In 2014 kreeg Matei een kans die hij met twee handen aanpakte. Het Wereldnatuurfonds Roemenië en Rewilding Europe hadden het plan opgevat om de bedreigde wisent, beter bekend als de Europese bizon, te herintroduceren in Roemenië. Uitgerekend op gemeentegrond van Armenis zou een acclimatisatiezone worden opgezet, een plek waar bizons afkomstig uit dierentuinen en natuurreservaten in heel ­Europa konden wennen aan hun nieuwe omgeving, voordat ze daadwerkelijk de wildernis in zouden trekken. De natuurorganisaties waren op zoek naar lokale rangers en gidsen. Matei solliciteerde, kreeg de baan en volgde een gidsopleiding.

Dat lompe eetgedrag blijkt cruciaal te zijn voor het ecosysteem, legt Matei die avond uit rondom de vuurplaats in het kamp waar we verblijven. “Doordat ze die bomen omduwen ontstaan er open plekken in het bos en krijgen andere dier- en plantsoorten een kans. De bizon fungeert – bewust of onbewust – ook als landschapsarchitect, want hij creëert een mozaïeklandschap met zijn eetgewoonten.” In de verte horen we het ruisen van de Tîmes-rivier die door het hart van de vallei stroomt. Boven ons verlicht de Melkweg de overweldigend donkere nacht.

De volgende ochtend word ik wakker door de vleugelslagen van een roofvogel die laag over mijn tent vliegt. Nog geen minuut later wordt de idylle bruut verstoord: een vrachtwagen met een aanhanger vol gekapte bomen stuitert met een enorm kabaal over de onverharde weg langs ons kamp. Het lijkt wel alsof-ie dóór mijn tent rijdt.

“De houtkap vormt een bedreiging voor de herintroductie van de bizon”, vertelt Matei nadat ik vliegensvlug een bad heb genomen in de ijskoude rivier. “Met die mensen zijn we voortdurend in gesprek, want zonder steun van de lokale gemeenschap lukt het niet.” Matei heeft er zijn handen vol aan en het werk is niet zonder risico: afgelopen najaar werden twee Roemeense boswachters vermoord die melding hadden gemaakt van illegale houtkap. Gelukkig verloopt de herintroductie in Armenis vooralsnog vreedzaam en voorspoedig. Vijftig bizons leven inmiddels in het wild, zes daarvan zijn daar ook geboren.

 

En dan staat-ie daar plots. Zomaar, naast het pad, scharrelend tussen drie meter hoge bomen, Europa’s grootste landzoogdier. We sluipen op onze tenen achter hem aan, maar als hij stopt met eten weet Matei dat hij ons in de gaten heeft. Hij, want het is Kiwi, een mannetje dat hierheen is gehaald uit een Frans natuurreservaat, weet Matei. “We staan in zijn comfortzone”, fluistert Matei, terwijl hij achteruit loopt. “Laten we hem wat ruimte geven. Als hij weer verder gaat met eten, dan weten we dat hij zich veilig genoeg voelt.”

Op zo’n honderd meter afstand ploffen we neer in het gras. Door mijn verrekijker zie ik Kiwi’s iconische kop en zijn reusachtige bruine rug. Het valt me op hoe weinig geluid hij maakt voor een dier met zijn omvang. “Volwassen mannetjes kunnen meer dan duizend kilo wegen”, doceert Matei. “Ondanks al die kilo’s zijn bizons bijzonder beweeglijk. Wist je dat ze uit stilstand zes meter ver kunnen springen?”

Spectaculair wild

Maar zullen we er ook eentje zien, vraag ik me af als we rond een uur of tien aan onze dagtocht beginnen. We zien een zwarte slang die zich elegant oprolt, zijn tong laat zien en – zodra hij beseft dat we geen gevaar vormen – zijn weg vervolgt tussen grassprieten en keien. We lopen door een zee van varens: gifgroen, bordeauxrood, felgeel. We vinden stront van een beer die mais en bessen heeft gegeten, de harige uitwerpselen van een wolf en midden op een bospad een geelbruine, waanzinnig gecamoufleerde boskikker. Spectaculair wild is het hier zeker, maar een bizon, ho maar.

 

Net als voor Kiwi is het ook voor ons lunchtijd. Matei’s vrouw heeft lunchpakketjes klaargemaakt. Alle ingrediënten komen uit het dorp: knapperig versgebakken brood, brokkelend oude geitenkaas, gefrituurde courgette en de Roemeense specialiteit zakoeska, een soort dipsaus van rode paprika en geroosterde aubergine. Simpelweg verrukkelijk.

Intussen verdwijnt Kiwi langzaam uit het zicht. Ik probeer me voor te stellen hoe Europa eruitzag toen bizons hier nog zij aan zij leefden met mammoeten en wolharige neushoorns. Na de laatste IJstijd – die duurde van pakweg 2,6 miljoen tot 12 duizend jaar geleden – overleefde van deze drie giganten alleen de bizon. En het had weinig gescheeld of we hadden de bizon moeten toevoegen aan de beschamend lange lijst met uitgestorven diersoorten. Mijn gedachten worden verstoord door het geritsel.

Maarten Van Der Schaaf- Trouw, 18 January 2020

*Read the full article from Trouw here or download the Pdf here